Maurice Tornadi op ParboFM

Copyright © All Rights Reserved

High Afternoon

 

De lucht schemerde stil en verlaten.

Vol afgrijzen wachtte men op de twist.

Daar viel het vliegtuig reeds in de gaten!

Wie overleeft er nog zo'n redetwist?!

 

Er zou geen defect meer aanwezig zijn.

Toch was het vliegtuig gedoemd te crashen.

In de wet van Murphy zat het venijn!

Mochten vliegrampen ons soms weer flessen?!

 

Wie moest er nu weer voor op gaan draaien?

Degene die hen zo wist te kwellen

Vliegtuigen veiliger te verfraaien,

Of zij die niet letten op hun tellen?!

 

Als zwaard werd een tornado getrokken.

Het vermeende defect werd toch fataal.

De kwelgeest moest lachen om de brokken.

Wat is die ingebeeldheid toch een kwaal?!

 

Duizenden konden het leven laten,

Als zo'n chemische fabriek werd geraakt.

Buiten beschouwing wordt dan gelaten,

Hoe de kettingreactie ons dan kraakt.

 

Nalatigheid kon niet beter blijken.

Noodweer was het uiteraard volkomen.

Fabrikanten hadden het nakijken,

En lopen daar nog over te bomen.

de Wonderbaarlijke Redding

 

In de rondte blijven vliegen konden ze wel,

Maar op de veiligheid lette men niet zo fel.

Waar haalden ze toch ook het gore lef vandaan

Om massa's te bedreigen met vliegende waan?!

 

Met al dat smerig achterlijk komediespel

Schiep men dan ook wereldwijd een filmische rel,

Welke mensen her en der in vuur en vlam stak,

Alsof een atoomoorlog er nog aan ontbrak!

 

Wat kon de wereld toen nog serieus redden,

Behalve op geen catastrofe meer wedden?!

Operatie "ANTIFAIR" startte dus alras,

Omdat er anders beslist geen toekomst meer was!

 

Het verleden moest tijdig worden begraven,

Anders bereikte men nimmer meer een haven.

Een virtuele vliegramp kon misschien baten,

Dat Ei van Columbus liep spoedig in de gaten!

 

Niemand kon psychisch aan zo'n vliegramp ontkomen,

En alleen dat zou ons nog kunnen beschromen

Om de wereld zo vernielzuchtig te tergen,

Want zou de Natuur ons daarna niet verzwelgen?!

 

Zo stonden al onze vliegrampen op de kop,

Met zo'n gesimuleerde tornado erop.

Een vliegtuig verloor een vleugelhelft symbolisch,

En geen nalatige vond dat toen nog komisch.

 

Comedy Capers was het eigenlijk toch wel,

Maar voor een guillotine ging dat al te fel.

Duizenden kwamen haast bij deze vliegramp om,

En de kettingreactie was een "wereldbom"!

 

Daar kon echt geen waterstofbom meer tegenop,

En de wapenwedloop zette men spoedig stop.

Van zoiets vernietigends wordt men pás wakker,

En toen was de wereld toch nog voor de bakker.

Gevangen tussen Woeste Zeeën

 

Harde wind loeide en loeide

Door de stormzeilen van een schip,

Terwijl de zandbank het boeide.

Gestrand op deze laatste klip.

 

Bij de pier van Hoek van Holland

Werd het zeer heftig bespoten

Door hoge golven bij het land,

Waar inktzwarte wolken spookten!

 

Her en der zonken schepen reeds.

Oproepen kregen geen gehoor.

Een vuurzee aan land zorgde steeds,

Dat deze weer gingen teloor.

 

Wel werd er nog zwak uitgebracht;

"We horen het niet, nog steeds niet!".

Dat schonk hun echter weinig kracht,

En gingen met hun schip teniet.

 

"Strijk de zeilen!", riep de stuurman,

"We komen hier toch nooit weerom!".

Men morde toen men dat vernam;

"Dat wordt zwemmen, wat ik je brom!".

 

Of je nou door de hond of kat

In zo'n geval gebeten wordt,

Je blijft niet lang in zo'n stormgat!

Overleving danken ze God.

het Industrieel Moeras

 

Wat was het allemaal toch fraai,

En wat een vreugd schiep het ons nog.

De vliegtuigen in met gepaai,

Want veilig was vliegen echt noch.

 

Verslaafd raakten we aan alles.

Automaten kregen ons dol.

Nu vielen we niet neer als les,

Van al dat geslaap in het hol.

 

De innovatie was knap sterk.

Rond vlogen we de klok nu snel.

In de ruimte vond men zo werk.

Als een god voelden we ons wel!

 

Was er geen andere kant aan,

Zoals al onze vervuiling?!

Van enge "vliegrampshows" vergaan,

Als problemen waren "gering"?!

 

Kritiek werd genegeerd zo dom,

Dat dit defecten aantoonde.

Patenten werden zo een bom,

Als zo'n defect ons prompt hoonde!

 

Zo bombardeerden we elkaar,

Zonder dat mensen dit vreesden.

Broeders werd men zelden gewaar,

Als atoomoorlogen sjeesden.

 

Verslaving heeft een nare kant,

Welke pas blijkt als je vergaat.

Dan kan men beter aan de kant,

Anders gaat men nog van de graat!

 

Een oorzaak bespeuren vermijdt,

Want tekenen krijgt men dan blij.

Allerminst wordt dit ons ten spijt,

En zo komen we toch nog vrij!

Zeilvermaak

 

Tussen het hemelsblauw en eindeloze schapenwolken

Scheren de zeilschepen door bruisende golven en kolken,

Naarstig in het rond speurend blijvende naar de meeste wind.

De zeilboot, welke daar het meest bedreven in is, die wint.

 

Wel kan een zeldzame windhoos nog veel problemen geven.

Vliegensvlug proberen ze hun zeilen dan nog te reven,

En tijdig aan al het draaien van de wind aan te passen,

Met de windvaantjes angstvallig in hun strakke oogkassen!

 

Doch treft een voortijlende windhoos een zeilschip toch nog vol,

Dan slaat hun windvaantje van ellende echt totaal op hol.

De zeilen kunnen ze mogelijk beter gelijk strijken,

Want ze hebben dan nauwelijks meer tijd om te kunnen wijken!

 

Als een zeer stevige hobbel in de weg voelt dat dan aan,

Doch met de zeilen nog op, duurt het niet lang voor ze vergaan.

De zeilboot slaat dan altoos zeer onstuimig aan het vliegen,

Als sterke verhalen ons niet maar wat voor staan te liegen.

 

Uiteraard zijn zulke boten daar echt niet tegen bestand,

En hun zeilen scheuren dan ook aan flarden tegen het want.

De zeilboot valt dan uit de lucht in vele stukken uiteen,

En de bemanning zwemt dan in hun doodsstrijd overal heen.

 

Laat het ons er niet van weerhouden met al die gevaren

Om zo vrolijk op onze plassen rond te blijven varen,

Want zonder zulke ontspanning worden we veel te narrig,

En verzieken we elkander anders veel te halsstarrig!

Meer gedichten op Gedichtennet.nl